Terug in Nederland wacht de expat een lauwwarm bad
ZATERDAG 28 MEI 2011 Economie NRC HANDELSBLAD - Werk & Geld
DOOR Mirjam Brinks
Expats die terugkeren naar Nederland krijgen vaak de schrik van hun leven. Het land is veranderd en op hun oude werk voelen ze zich overbodig. „Terug in Nederland hebben ze vaak niets meer. Dat is hard.”
DOOR Mirjam Brinks
Expats die terugkeren naar Nederland krijgen vaak de schrik van hun leven. Het land is veranderd en op hun oude werk voelen ze zich overbodig. „Terug in Nederland hebben ze vaak niets meer. Dat is hard.”
Terugkomen naar Nederland is voor expats vaak moeilijker dan vertrekken naar het buitenland. „Je hebt nieuwe inzichten, ervaringen en vaardigheden opgedaan in het land waar je een aantal jaren werkte. Daardoor kijk je anders naar de dingen”, zegt Nannette Ripmeester, directeur van Expertise in Labour Mobility, een bureau dat grote multinationals als Philips, Royal Bank of Scotland en TNT adviseert over hun buitenlandse uitzendingen.
In het buitenland hebben expats een grote verantwoordelijkheid en relatief veel vrijheid om een eigen koers te varen. „De meeste expats werken alleen, of met een paar collega’s, in een ver land. Daardoor werken ze vaak op een hoger niveau dan iemand op een vergelijkbare functie op het hoofdkantoor in Nederland. Het kan demotiverend werken wanneer ze, eenmaal terug in Nederland, weer onder een afdelingshoofd komen te vallen aan wie ze voor iedere handeling een paraaf moeten vragen.”
Ook privé blijkt terugkeren niet zo eenvoudig als gedacht. „Iedereen verwacht dat je meteen weer meedoet in het gewone leven. Maar de ‘terugkeerder’ heeft in het buitenland van alles meegemaakt en wil daarover praten. Familie en vrienden willen de eerste dagen nog wel luisteren naar spannende verhalen over het leven als expat, maar daarna moet het snel afgelopen zijn.”
Mensen die in het buitenland hebben gewoond en gewerkt, verwachten onbewust dat alles hier bevroren is en pas weer ontdooit op het moment dat hij terugkomt, merkt Ripmeester geregeld. Maar terwijl de expat weg was, is in zijn oude omgeving het leven ook gewoon doorgegaan en is er veel veranderd. De ‘reverse culture shock’ noemt Ripmeester dat. Een fenomeen dat teruggekeerde expats compleet kan overvallen.
Bedrijven zien deze problemen vaak niet aankomen en doen te weinig om het zwarte gat waarin hun werknemers vallen, te dichten. Zonde, vindt Ripmeester: „Organisaties zenden vaak hun meest veelbelovende werknemers uit. Zij doen een schat aan kennis en ervaring op die voor het bedrijf zeer waardevol is. Het is kapitaalvernietiging als ze na thuiskomt vertrekken naar een andere werkgever of, zoals de laatste tijd veel gebeurt, voor zichzelf beginnen.”
Volgens onderzoek van Expertise in Labour Mobility werkt 40 procent van de oud-expats binnen vier jaar niet meer voor dezelfde werkgever. Om deze uittocht van personeel te voorkomen, is het van belang de kennis en ervaring te erkennen die de expat heeft opgedaan. „Dat kan bijvoorbeeld door een terugkeerder te blijven betrekken bij de zaken die het bedrijf doet in het land waar hij heeft gewerkt. Ook als dat eigenlijk niet past binnen de nieuwe functie die iemand na terugkeer in Nederland heeft. Geef iemand die vijf jaar in Oeganda heeft gezeten bijvoorbeeld een rol als intern adviseur voor de Afrikaanse markt. Daarmee erken je zijn lokale expertise. Dat geeft mensen het gevoel dat ze gewaardeerd worden.”
Volgens eigenaar Peter de Bruin van New Options, een bedrijf dat expats die terugkeren naar Nederland begeleidt, kost het een jaar om hier weer goed te aarden. „Dan gaat de werkgever pas de voordelen zien van de kennis die zijn werknemer in het buitenland heeft opgedaan.”
Sinds het uitbreken van de economische crisis zijn veel multinationals minder scheutig met het uitzenden van personeel naar het buitenland. Uit de cijfers van Labour Mobility blijkt dat het aantal uitzendingen door multinationals sinds de crisis gemiddeld met enkele tientallen tot zelfs honderden is afgenomen. Zo zendt Unilever tegenwoordig 40 tot 50 procent minder expats uit dan voor de crisis.
Tegenwoordig worden werknemers bovendien steeds vaker voor een kortere periode of op projectbasis naar het buitenland gestuurd. De uitwisseling gaat daarnaast steeds vaker twee kanten op: de Nederlandse manager gaat voor een project naar Jakarta en de specialist uit Jakarta komt tijdelijk naar Nederland. Expatcontracten veranderen, zegt Cindy Wilmink van Change of Address, een organisatie die terugkeerders begeleidt: „Veel middelgrote bedrijven zetten het standaard-expatcontract om in een zogeheten lokaal contract, omdat het een stuk goedkoper is.” Met een lokaal contract mag de werknemer wel in het buitenland blijven, maar vervallen veel populaire extra’s. De chauffeur, de hulp in huis en de bijdrage voor de internationale school van de kinderen zitten er voor werknemers met een lokaal contract meestal niet in.
Ook de terugkeergarantie is voor expats met een lokaal contract geen vanzelfsprekendheid. Wilmink: „Terug in Nederland hebben ze vaak niets meer. Voor deze mensen is de crisis wel heel hard.”
Het gezin van Robert Cromheecke moest vanwege de crisis na anderhalf jaar Praag weer terug naar Nederland. „Dagmar, mijn vrouw, werd begin 2009 voor een multinational uitgezonden naar Praag. Daar was zij verantwoordelijk voor Centraal Europa.” Zelf nam Cromheecke ontslag bij een groot adviesbureau om samen met hun twee kinderen zijn vrouw te volgen. In de zomer van 2010 besloot het bedrijf, om kosten te besparen, dat Dagmar haar werk net zo goed vanuit Amsterdam kon doen. „Dagmar had gelukkig nog wel een terugkeergarantie en doet nu hetzelfde werk voor dezelfde werkgever, alleen dan vanuit Nederland. Ze is nu een soort virtuele expat.”
Cromheecke heeft geen spijt van het buitenlandse avontuur. „Absoluut niet. Wij hadden samen de droom om met ons gezin naar het buitenland te gaan en dat is gelukt. Al was het korter dan gehoopt.”
In het buitenland hebben expats een grote verantwoordelijkheid en relatief veel vrijheid om een eigen koers te varen. „De meeste expats werken alleen, of met een paar collega’s, in een ver land. Daardoor werken ze vaak op een hoger niveau dan iemand op een vergelijkbare functie op het hoofdkantoor in Nederland. Het kan demotiverend werken wanneer ze, eenmaal terug in Nederland, weer onder een afdelingshoofd komen te vallen aan wie ze voor iedere handeling een paraaf moeten vragen.”
Ook privé blijkt terugkeren niet zo eenvoudig als gedacht. „Iedereen verwacht dat je meteen weer meedoet in het gewone leven. Maar de ‘terugkeerder’ heeft in het buitenland van alles meegemaakt en wil daarover praten. Familie en vrienden willen de eerste dagen nog wel luisteren naar spannende verhalen over het leven als expat, maar daarna moet het snel afgelopen zijn.”
Mensen die in het buitenland hebben gewoond en gewerkt, verwachten onbewust dat alles hier bevroren is en pas weer ontdooit op het moment dat hij terugkomt, merkt Ripmeester geregeld. Maar terwijl de expat weg was, is in zijn oude omgeving het leven ook gewoon doorgegaan en is er veel veranderd. De ‘reverse culture shock’ noemt Ripmeester dat. Een fenomeen dat teruggekeerde expats compleet kan overvallen.
Bedrijven zien deze problemen vaak niet aankomen en doen te weinig om het zwarte gat waarin hun werknemers vallen, te dichten. Zonde, vindt Ripmeester: „Organisaties zenden vaak hun meest veelbelovende werknemers uit. Zij doen een schat aan kennis en ervaring op die voor het bedrijf zeer waardevol is. Het is kapitaalvernietiging als ze na thuiskomt vertrekken naar een andere werkgever of, zoals de laatste tijd veel gebeurt, voor zichzelf beginnen.”
Volgens onderzoek van Expertise in Labour Mobility werkt 40 procent van de oud-expats binnen vier jaar niet meer voor dezelfde werkgever. Om deze uittocht van personeel te voorkomen, is het van belang de kennis en ervaring te erkennen die de expat heeft opgedaan. „Dat kan bijvoorbeeld door een terugkeerder te blijven betrekken bij de zaken die het bedrijf doet in het land waar hij heeft gewerkt. Ook als dat eigenlijk niet past binnen de nieuwe functie die iemand na terugkeer in Nederland heeft. Geef iemand die vijf jaar in Oeganda heeft gezeten bijvoorbeeld een rol als intern adviseur voor de Afrikaanse markt. Daarmee erken je zijn lokale expertise. Dat geeft mensen het gevoel dat ze gewaardeerd worden.”
Volgens eigenaar Peter de Bruin van New Options, een bedrijf dat expats die terugkeren naar Nederland begeleidt, kost het een jaar om hier weer goed te aarden. „Dan gaat de werkgever pas de voordelen zien van de kennis die zijn werknemer in het buitenland heeft opgedaan.”
Sinds het uitbreken van de economische crisis zijn veel multinationals minder scheutig met het uitzenden van personeel naar het buitenland. Uit de cijfers van Labour Mobility blijkt dat het aantal uitzendingen door multinationals sinds de crisis gemiddeld met enkele tientallen tot zelfs honderden is afgenomen. Zo zendt Unilever tegenwoordig 40 tot 50 procent minder expats uit dan voor de crisis.
Tegenwoordig worden werknemers bovendien steeds vaker voor een kortere periode of op projectbasis naar het buitenland gestuurd. De uitwisseling gaat daarnaast steeds vaker twee kanten op: de Nederlandse manager gaat voor een project naar Jakarta en de specialist uit Jakarta komt tijdelijk naar Nederland. Expatcontracten veranderen, zegt Cindy Wilmink van Change of Address, een organisatie die terugkeerders begeleidt: „Veel middelgrote bedrijven zetten het standaard-expatcontract om in een zogeheten lokaal contract, omdat het een stuk goedkoper is.” Met een lokaal contract mag de werknemer wel in het buitenland blijven, maar vervallen veel populaire extra’s. De chauffeur, de hulp in huis en de bijdrage voor de internationale school van de kinderen zitten er voor werknemers met een lokaal contract meestal niet in.
Ook de terugkeergarantie is voor expats met een lokaal contract geen vanzelfsprekendheid. Wilmink: „Terug in Nederland hebben ze vaak niets meer. Voor deze mensen is de crisis wel heel hard.”
Het gezin van Robert Cromheecke moest vanwege de crisis na anderhalf jaar Praag weer terug naar Nederland. „Dagmar, mijn vrouw, werd begin 2009 voor een multinational uitgezonden naar Praag. Daar was zij verantwoordelijk voor Centraal Europa.” Zelf nam Cromheecke ontslag bij een groot adviesbureau om samen met hun twee kinderen zijn vrouw te volgen. In de zomer van 2010 besloot het bedrijf, om kosten te besparen, dat Dagmar haar werk net zo goed vanuit Amsterdam kon doen. „Dagmar had gelukkig nog wel een terugkeergarantie en doet nu hetzelfde werk voor dezelfde werkgever, alleen dan vanuit Nederland. Ze is nu een soort virtuele expat.”
Cromheecke heeft geen spijt van het buitenlandse avontuur. „Absoluut niet. Wij hadden samen de droom om met ons gezin naar het buitenland te gaan en dat is gelukt. Al was het korter dan gehoopt.”
In Jakarta was ik als schrijfster vrij, hier moet ik van alles regelen
Kinderboekenschrijfster Corien Oranje kwam vorig jaar met haar man Dick Mak en vier kinderen terug uit Jakarta waar het gezin zeven jaar heeft gewoond.
„Wij waren moe van het leven in een wereldstad. Altijd die drukte, altijd die stank en altijd gezien worden als die rijke blanken.” Beiden zijn theoloog en werden uitgezonden door de gereformeerde kerken in Groningen. Dick Mak gaf les aan een theologische school in Jakarta. Corien Oranje bleef schrijven en deed daarnaast vrijwilligerswerk. Zo bezocht zij onder andere als pastoraal gezant gedetineerden in gevangenissen op Java en Bali.
De terugkeer naar Nederland was lastig. „Nederland is veranderd”, vindt zij. „Maar wij zijn ook veranderd. Dat realiseer ik me heel goed. Toen we net terug waren vond ik alles hier zo klein en blank. Je kunt hier leven alsof dit het enige leven is, alsof er geen armoede bestaat, alsof het alleen maar gaat om de oppervlakte van je huis en de grootte van je auto.
„Nu we bijna een jaar verder zijn, realiseer ik me dat het vooral voor onze vier zoons goed is om hier te zijn. In Jakarta woonden we in een rijke buurt. Zij kenden vrijwel alleen maar kinderen die een eigen chauffeur hadden. In Nederland hebben ze een krantenwijk en gaan ze gewoon op de fiets naar school. Ook worden ze niet meer nagekeken, ze vallen niet meer op. De jongens zijn blij weer terug te zijn, maar ik vind het lastig. Ik mis Indonesië. Als schrijver was ik in Jakarta vrij. Hier niet meer. Ik moest me gelijk inschrijven bij de Kamer van Koophandel en per kwartaal mijn omzetbelasting aangeven. Allemaal tijdrovende en volgens mij onzinnige administratieve rompslomp. Dat was zeven jaar geleden wel anders. Net als een huis kopen trouwens. De banken willen nu veel meer garanties voordat ze je een hypotheek verstrekken.
„Ook heb ik wel moeite met het huidige politieke klimaat in Nederland. Ik schaam me voor de partij van Wilders. In Jakarta hadden wij als christenen heel veel moslimvrienden. Hier worden de verschillen zo uitvergroot. Het voelt al met al heel gek om terug te komen in mijn thuisland en me tegelijkertijd zo ontheemd te voelen.”
„Wij waren moe van het leven in een wereldstad. Altijd die drukte, altijd die stank en altijd gezien worden als die rijke blanken.” Beiden zijn theoloog en werden uitgezonden door de gereformeerde kerken in Groningen. Dick Mak gaf les aan een theologische school in Jakarta. Corien Oranje bleef schrijven en deed daarnaast vrijwilligerswerk. Zo bezocht zij onder andere als pastoraal gezant gedetineerden in gevangenissen op Java en Bali.
De terugkeer naar Nederland was lastig. „Nederland is veranderd”, vindt zij. „Maar wij zijn ook veranderd. Dat realiseer ik me heel goed. Toen we net terug waren vond ik alles hier zo klein en blank. Je kunt hier leven alsof dit het enige leven is, alsof er geen armoede bestaat, alsof het alleen maar gaat om de oppervlakte van je huis en de grootte van je auto.
„Nu we bijna een jaar verder zijn, realiseer ik me dat het vooral voor onze vier zoons goed is om hier te zijn. In Jakarta woonden we in een rijke buurt. Zij kenden vrijwel alleen maar kinderen die een eigen chauffeur hadden. In Nederland hebben ze een krantenwijk en gaan ze gewoon op de fiets naar school. Ook worden ze niet meer nagekeken, ze vallen niet meer op. De jongens zijn blij weer terug te zijn, maar ik vind het lastig. Ik mis Indonesië. Als schrijver was ik in Jakarta vrij. Hier niet meer. Ik moest me gelijk inschrijven bij de Kamer van Koophandel en per kwartaal mijn omzetbelasting aangeven. Allemaal tijdrovende en volgens mij onzinnige administratieve rompslomp. Dat was zeven jaar geleden wel anders. Net als een huis kopen trouwens. De banken willen nu veel meer garanties voordat ze je een hypotheek verstrekken.
„Ook heb ik wel moeite met het huidige politieke klimaat in Nederland. Ik schaam me voor de partij van Wilders. In Jakarta hadden wij als christenen heel veel moslimvrienden. Hier worden de verschillen zo uitvergroot. Het voelt al met al heel gek om terug te komen in mijn thuisland en me tegelijkertijd zo ontheemd te voelen.”
‘In plaats van de kleffe New Yorkse metro, nemen we weer de fiets’
Imke van den Heuvel woonde van juli 2004 tot juli 2010 samen met haar man Bart Kruijssen en twee kinderen in New York.
„New York was altijd al mijn droom. De enige stad waar ik mijn baan voor zou opgeven. Ik werkte in Amsterdam voor ING toen Bart via zijn werk bij Deloitte de kans kreeg om uitgezonden te worden naar New York. In eerste instantie zou het voor twee jaar zijn. Precies genoeg tijd voor mij om in de VS mijn MBA te halen. Het liep anders. Bart stapte over van Deloitte naar PricewaterhouseCoopers en ik ging, inmiddels ook als expat, aan de slag voor een grote bank. We tekenden bij voor nog eens vier jaar. Daarna wilden we weer terug naar Nederland. Vooral voor de kinderen.
„Op het gebied van werk was de terugkeer naar Nederland voor ons niet zo ingewikkeld. Bart is inmiddels partner bij PwC en werkt met een erg leuk team. Ook ik werk nog steeds voor dezelfde bank. Natuurlijk was het best spannend om op het hoofdkantoor in New York te werken, maar mijn huidige baan is inhoudelijk interessanter. Ik vind het ook wel vertrouwd om weer door Nederland te rijden op weg naar mijn klanten. In plaats van in de kleffe metro stappen we nu op de fiets om naar het werk te gaan.
„Privé vond ik het moeilijker om na zes jaar New York weer te aarden in Nederland. Vooral vanwege het politieke klimaat. Iedereen lijkt hier wel boos en doet negatief. Ik heb veel moeite met de houding van Nederlanders. Ze denken dat ze alles maar kunnen doen en zeggen. Het is hier blijkbaar heel normaal geworden om te zeggen: er zijn te veel buitenlanders. Mijn kinderen zaten in New York op een gekleurde school. Dat was fantastisch.
„Ook gaat de overlegcultuur hier wel erg ver. Als in de VS een besluit wordt genomen, haal je het niet in je hoofd om daar iets anders van te vinden. Het werkt verlammend als iedereen altijd maar denkt te mogen meepraten over allerlei beslissingen. Soms moet je gewoon een beslissing kunnen nemen en doorpakken.
Maar ergens heeft Nederland ook wel zoveel charme dat we wilden dat onze kinderen Nederlanders zouden worden. In de VS draait alles om competitie, in Nederland niet. Er is hier veel meer ruimte voor zelfontplooiing.”
„New York was altijd al mijn droom. De enige stad waar ik mijn baan voor zou opgeven. Ik werkte in Amsterdam voor ING toen Bart via zijn werk bij Deloitte de kans kreeg om uitgezonden te worden naar New York. In eerste instantie zou het voor twee jaar zijn. Precies genoeg tijd voor mij om in de VS mijn MBA te halen. Het liep anders. Bart stapte over van Deloitte naar PricewaterhouseCoopers en ik ging, inmiddels ook als expat, aan de slag voor een grote bank. We tekenden bij voor nog eens vier jaar. Daarna wilden we weer terug naar Nederland. Vooral voor de kinderen.
„Op het gebied van werk was de terugkeer naar Nederland voor ons niet zo ingewikkeld. Bart is inmiddels partner bij PwC en werkt met een erg leuk team. Ook ik werk nog steeds voor dezelfde bank. Natuurlijk was het best spannend om op het hoofdkantoor in New York te werken, maar mijn huidige baan is inhoudelijk interessanter. Ik vind het ook wel vertrouwd om weer door Nederland te rijden op weg naar mijn klanten. In plaats van in de kleffe metro stappen we nu op de fiets om naar het werk te gaan.
„Privé vond ik het moeilijker om na zes jaar New York weer te aarden in Nederland. Vooral vanwege het politieke klimaat. Iedereen lijkt hier wel boos en doet negatief. Ik heb veel moeite met de houding van Nederlanders. Ze denken dat ze alles maar kunnen doen en zeggen. Het is hier blijkbaar heel normaal geworden om te zeggen: er zijn te veel buitenlanders. Mijn kinderen zaten in New York op een gekleurde school. Dat was fantastisch.
„Ook gaat de overlegcultuur hier wel erg ver. Als in de VS een besluit wordt genomen, haal je het niet in je hoofd om daar iets anders van te vinden. Het werkt verlammend als iedereen altijd maar denkt te mogen meepraten over allerlei beslissingen. Soms moet je gewoon een beslissing kunnen nemen en doorpakken.
Maar ergens heeft Nederland ook wel zoveel charme dat we wilden dat onze kinderen Nederlanders zouden worden. In de VS draait alles om competitie, in Nederland niet. Er is hier veel meer ruimte voor zelfontplooiing.”
Nieuwe vacatures





