Snel weer aan het werk is het beste medicijn bij burn-out
ZATERDAG 11 JUNI 2011 Economie NRC HANDELSBLAD - Werk & Geld
DOOR Cindy Cloïn
DOOR Cindy Cloïn
‘Ik had al maanden enorme last van mijn rug, de pijn beheerste m’n leven. Ik kwam bij een chiropractor terecht. Die zei: ‘Ik kan tot op zekere hoogte je fysieke klachten wegnemen. Maar je zult mentaal ook aan de slag moeten.’ Ik? Mentaal? Ging dat echt over mij?”
Remko Iedema, op dat moment manager van een creatieve afdeling bij advies- en ingenieursbureau Arcadis, was stomverbaasd. Hij had het verband totaal niet gelegd, maar de opmerking opende wél zijn ogen. „Ik heb me ziek gemeld en alles kwam eruit. Ik was 37 jaar en volledig burn-out. Ik had totaal geen energie meer, kon niets meer. Als ik alleen al aan werk dacht, werd ik nerveus.”
Volgens Iedema werd zijn burn-out deels veroorzaakt door een ‘moeizame arbeidsrelatie’. „Ik gaf mezelf volledig. Al mijn energie was opgebruikt als ik thuiskwam. In de advieswereld ging het destijds, nu acht jaar geleden, slechter en slechter en dat leidde tot veranderingen op de werkvloer. Er was meer aandacht voor omzet en minder voor creatieve ideeën. Ik vond dat de directie mijn afdeling niet waardeerde en ging daar fel tegen in. Op een gegeven moment werd dat ook persoonlijk. Ik voelde me slachtoffer en mijn leidinggevende vond mij min of meer onhanteerbaar.”
Nog niet zo heel lang geleden bestond de gangbare aanpak van een burn-out vooral uit rust, rust en nog eens rust. Niet werken, lekker de buitenlucht in en misschien een cursus yoga of meditatie om de boel weer op een rijtje te krijgen. En dan na een jaartje maar eens kijken of er weer gewerkt kan worden. Maar de laatste jaren blijkt steeds vaker – onder meer uit onderzoek van TNO Arbeid – dat mensen met een burn-out het meest geholpen zijn als ze snel weer aan het werk gaan.
„Vergelijk het met pleinvrees. De enige manier om dat te overwinnen is toch door de straat op te gaan”, zegt Roland Blonk, bijzonder hoogleraar Arbeidsparticipatie en psychische klachten aan de Universiteit van Utrecht en teamleider bij TNO Arbeid, inzetbaarheid en sociale cohesie. „Werk is een belangrijk medicijn voor mensen met psychische klachten. De klachten en de baan zijn als het ware twee kanten van dezelfde medaille.”
Een voorwaarde voor succes is dat iemand weer enigszins gelooft in het feit dat hij of zij wat kan betekenen op het werk. Blonk: „Alleen dan draagt het bij aan het herstel. Wordt iemand er doodongelukkig en onzeker van, dan is het nog te vroeg.”
Het is logisch dat het in het begin best wat moeite kost om ‘er weer in te komen’, zegt Blonk. Concentratieproblemen, moe, prikkelbaar en sombere gedachten: het hoort bij het proces. Remko Iedema herkent dat. „Ik wilde na een paar maanden weer aan de slag. Al vond ik het niet makkelijk. Je stapt toch weer binnen in een omgeving die je de zenuwen bezorgt.”
Tegenwoordig, zo blijkt uit onderzoek van Blonk, is bijna iedereen met een burn-out binnen drie maanden geheel of gedeeltelijk weer aan het werk. Met uitzondering van specifieke groepen, zoals mensen die aan een zware depressie lijden. De werkgever is door de wet Verbetering Poortwachter verplicht om goede begeleiding te bieden, bijvoorbeeld door ervoor te zorgen dat iemand (tijdelijk) minder uren werkt en minder taken krijgt, of eventueel een andere functie krijgt aangeboden. Iedema: „Ik ging in eerste instantie niet terug als leidinggevende, maar kreeg een paar losse projecten toegewezen waar ik mijn eigen tijd kon indelen.”
Idealiter is er veel aandacht voor persoonlijke begeleiding, zodat de werknemer zo snel mogelijk weer op het oude niveau is. Maar om iemand echt weer voorgoed en met plezier aan het werk te krijgen, is meer nodig. De omstandigheden op het werk die een rol speelden bij het ontstaan van de burn-out worden vaak niet aangepakt, zo blijkt uit het recente TNO-rapport Werkhervatting bij psychische klachten. Het gaat dan bijvoorbeeld over toegenomen werkdruk, nieuwe taken of functie-eisen en niet op de laatste plaats ruzie met een leidinggevende. Iedema: „Bij mij speelden die slechte arbeidsrelatie en de veranderingen binnen het bedrijf zeker een belangrijke rol. Al wijt ik het inmiddels meer aan mezelf dat ik daar niet goed mee om kon gaan. Ik hield erg vast aan mijn slachtofferrol. Door mijn burn-out kwam ik er bovendien achter dat ik ADHD heb, dat speelde ook mee.”
Stress en veranderingen op de werkvloer worden er de komende jaren naar verwachting zeker niet minder op. De ontwikkelingen op de arbeidsmarkt doen het ergste vrezen: tot 2040 neemt het aantal werkenden af met een miljoen. Voor elke oudere die met pensioen gaat, zijn er dan naar schatting nog maar twee werkenden.
Daardoor zal de werkdruk alleen maar toenemen. En dat staat haaks op wat goed zou zijn voor de werkhervatting van mensen met een burn-out. Kijk bijvoorbeeld naar de zorg: roosterproblemen en werkdruk nemen zeker niet af als de vraag naar zorg almaar verder doorgroeit.
Slecht nieuws dus voor werknemers die te kampen hebben met psychische klachten? Blonk: „Deels wel, maar werkgevers en HR-managers zullen meer en meer de noodzaak ervaren om hun werknemers tegemoet te komen. Je wilt als werkgever niet aankijken tegen een steeds verdere stijging van je ziekteverzuim. Je zult je mensen moeten koesteren, hen binnenhouden. En dus moet je beter luisteren waar zij problemen mee hebben. Waarom zou je iemand eigenlijk niet onder een andere leidinggevende plaatsen, als hij of zij dat wil?”
De mogelijkheden liggen ruimschoots voor het oprapen, denkt Blonk. Een manier is bijvoorbeeld ‘job crafting’: het takenpakket aanpassen, zodat de werknemer het werk aantrekkelijker en uitdagender vindt. „Wat de een vervelend vindt om te doen, doet de ander misschien graag. Daar kun je natuurlijk prima op anticiperen. Als iemand daardoor het werk weer leuk vindt en aankan, dan heb je een hoop bereikt.”
Toen Remko Iedema weer volledig aan het werk was, kwam hij tot de conclusie dat hij tóch weer weg wilde. „Onze arbeidsrelatie was te veel verstoord, ik voelde me daar niet meer op m’n plek.”
Blonk: „Regelmatig komt iemand er door een burn-out achter dat hij een andere baan wil. Maar dan nog raad ik aan om eerst bij de oude werkgever weer volledig aan de slag te gaan. Zodra je weer helemaal meedraait, kun je altijd nog solliciteren.”
Remko Iedema, op dat moment manager van een creatieve afdeling bij advies- en ingenieursbureau Arcadis, was stomverbaasd. Hij had het verband totaal niet gelegd, maar de opmerking opende wél zijn ogen. „Ik heb me ziek gemeld en alles kwam eruit. Ik was 37 jaar en volledig burn-out. Ik had totaal geen energie meer, kon niets meer. Als ik alleen al aan werk dacht, werd ik nerveus.”
Volgens Iedema werd zijn burn-out deels veroorzaakt door een ‘moeizame arbeidsrelatie’. „Ik gaf mezelf volledig. Al mijn energie was opgebruikt als ik thuiskwam. In de advieswereld ging het destijds, nu acht jaar geleden, slechter en slechter en dat leidde tot veranderingen op de werkvloer. Er was meer aandacht voor omzet en minder voor creatieve ideeën. Ik vond dat de directie mijn afdeling niet waardeerde en ging daar fel tegen in. Op een gegeven moment werd dat ook persoonlijk. Ik voelde me slachtoffer en mijn leidinggevende vond mij min of meer onhanteerbaar.”
Nog niet zo heel lang geleden bestond de gangbare aanpak van een burn-out vooral uit rust, rust en nog eens rust. Niet werken, lekker de buitenlucht in en misschien een cursus yoga of meditatie om de boel weer op een rijtje te krijgen. En dan na een jaartje maar eens kijken of er weer gewerkt kan worden. Maar de laatste jaren blijkt steeds vaker – onder meer uit onderzoek van TNO Arbeid – dat mensen met een burn-out het meest geholpen zijn als ze snel weer aan het werk gaan.
„Vergelijk het met pleinvrees. De enige manier om dat te overwinnen is toch door de straat op te gaan”, zegt Roland Blonk, bijzonder hoogleraar Arbeidsparticipatie en psychische klachten aan de Universiteit van Utrecht en teamleider bij TNO Arbeid, inzetbaarheid en sociale cohesie. „Werk is een belangrijk medicijn voor mensen met psychische klachten. De klachten en de baan zijn als het ware twee kanten van dezelfde medaille.”
Een voorwaarde voor succes is dat iemand weer enigszins gelooft in het feit dat hij of zij wat kan betekenen op het werk. Blonk: „Alleen dan draagt het bij aan het herstel. Wordt iemand er doodongelukkig en onzeker van, dan is het nog te vroeg.”
Het is logisch dat het in het begin best wat moeite kost om ‘er weer in te komen’, zegt Blonk. Concentratieproblemen, moe, prikkelbaar en sombere gedachten: het hoort bij het proces. Remko Iedema herkent dat. „Ik wilde na een paar maanden weer aan de slag. Al vond ik het niet makkelijk. Je stapt toch weer binnen in een omgeving die je de zenuwen bezorgt.”
Tegenwoordig, zo blijkt uit onderzoek van Blonk, is bijna iedereen met een burn-out binnen drie maanden geheel of gedeeltelijk weer aan het werk. Met uitzondering van specifieke groepen, zoals mensen die aan een zware depressie lijden. De werkgever is door de wet Verbetering Poortwachter verplicht om goede begeleiding te bieden, bijvoorbeeld door ervoor te zorgen dat iemand (tijdelijk) minder uren werkt en minder taken krijgt, of eventueel een andere functie krijgt aangeboden. Iedema: „Ik ging in eerste instantie niet terug als leidinggevende, maar kreeg een paar losse projecten toegewezen waar ik mijn eigen tijd kon indelen.”
Idealiter is er veel aandacht voor persoonlijke begeleiding, zodat de werknemer zo snel mogelijk weer op het oude niveau is. Maar om iemand echt weer voorgoed en met plezier aan het werk te krijgen, is meer nodig. De omstandigheden op het werk die een rol speelden bij het ontstaan van de burn-out worden vaak niet aangepakt, zo blijkt uit het recente TNO-rapport Werkhervatting bij psychische klachten. Het gaat dan bijvoorbeeld over toegenomen werkdruk, nieuwe taken of functie-eisen en niet op de laatste plaats ruzie met een leidinggevende. Iedema: „Bij mij speelden die slechte arbeidsrelatie en de veranderingen binnen het bedrijf zeker een belangrijke rol. Al wijt ik het inmiddels meer aan mezelf dat ik daar niet goed mee om kon gaan. Ik hield erg vast aan mijn slachtofferrol. Door mijn burn-out kwam ik er bovendien achter dat ik ADHD heb, dat speelde ook mee.”
Stress en veranderingen op de werkvloer worden er de komende jaren naar verwachting zeker niet minder op. De ontwikkelingen op de arbeidsmarkt doen het ergste vrezen: tot 2040 neemt het aantal werkenden af met een miljoen. Voor elke oudere die met pensioen gaat, zijn er dan naar schatting nog maar twee werkenden.
Daardoor zal de werkdruk alleen maar toenemen. En dat staat haaks op wat goed zou zijn voor de werkhervatting van mensen met een burn-out. Kijk bijvoorbeeld naar de zorg: roosterproblemen en werkdruk nemen zeker niet af als de vraag naar zorg almaar verder doorgroeit.
Slecht nieuws dus voor werknemers die te kampen hebben met psychische klachten? Blonk: „Deels wel, maar werkgevers en HR-managers zullen meer en meer de noodzaak ervaren om hun werknemers tegemoet te komen. Je wilt als werkgever niet aankijken tegen een steeds verdere stijging van je ziekteverzuim. Je zult je mensen moeten koesteren, hen binnenhouden. En dus moet je beter luisteren waar zij problemen mee hebben. Waarom zou je iemand eigenlijk niet onder een andere leidinggevende plaatsen, als hij of zij dat wil?”
De mogelijkheden liggen ruimschoots voor het oprapen, denkt Blonk. Een manier is bijvoorbeeld ‘job crafting’: het takenpakket aanpassen, zodat de werknemer het werk aantrekkelijker en uitdagender vindt. „Wat de een vervelend vindt om te doen, doet de ander misschien graag. Daar kun je natuurlijk prima op anticiperen. Als iemand daardoor het werk weer leuk vindt en aankan, dan heb je een hoop bereikt.”
Toen Remko Iedema weer volledig aan het werk was, kwam hij tot de conclusie dat hij tóch weer weg wilde. „Onze arbeidsrelatie was te veel verstoord, ik voelde me daar niet meer op m’n plek.”
Blonk: „Regelmatig komt iemand er door een burn-out achter dat hij een andere baan wil. Maar dan nog raad ik aan om eerst bij de oude werkgever weer volledig aan de slag te gaan. Zodra je weer helemaal meedraait, kun je altijd nog solliciteren.”
‘Ik heb leren buigen in plaats van breken’
Aad Frederiks (55), jurist:
„Tien jaar geleden werd ik opgenomen op de psychiatrische afdeling van een ziekenhuis. Nu geef ik mensen met een burn-out op diezelfde plek voorlichting over alles wat met terugkeer naar werk of regelgeving op dit gebied te maken heeft.
„Voor mijn eigen burn-out was ik heel perfectionistisch. Een harde werker. Ik had een eigen cateringbedrijf en werkte zeker 70 uur in de week. Achteraf waren er al veel langer signalen voor mijn burn-out. Ik kreeg steeds meer lichamelijke klachten. Er speelden allerlei problemen, privé en met de zaak. Toch bleef ik maar doorgaan. Totdat het licht in één keer uitging: ik was angstig en raakte volledig de weg kwijt. Ik wist amper meer wie ik was. Ik ben een behoorlijk grote man, maar als ik foto’s terug zie uit die periode, ben ik letterlijk en figuurlijk heel klein.
„Pas na drie maanden, waarin ik werd opgenomen in het ziekenhuis, ging het langzaam wat beter met me. Eenmaal thuis nam ik mezelf voor: dit nooit weer. Maar ik was zelfstandig ondernemer en dat betekende dat ik geen vangnet had. De zaak was weg. En er was geen werkgever bij wie ik weer langzaamaan kon opstarten. Voor zelfstandigen is het daarom vaak extra lastig om weer aan de slag te gaan na een burn-out. Het duurde bij mij ongeveer een half jaar voor ik weer lekker functioneerde. Ik bood me als vrijwilliger aan bij BWN, een stichting voor belangenbehartiging in de sociale zekerheid. Ik ben jurist en het was altijd mijn hobby om mensen te helpen met het invullen van hun formulieren en regelingen uit te pluizen. Bij BWN kon ik weer wennen aan werk. We begeleiden zowel werkgevers als werknemers en zelfstandigen om wegwijs te worden in het woud aan regelgeving waar je in terechtkomt als je uitvalt op je werk.
„ Inmiddels ben ik directeur bij BWN en heb ik weer een betaalde functie. Ik werk ook weer meer dan fulltime. Maar ik kan nu op tijd nee zeggen. Ik heb leren buigen in plaats van breken.”
„Tien jaar geleden werd ik opgenomen op de psychiatrische afdeling van een ziekenhuis. Nu geef ik mensen met een burn-out op diezelfde plek voorlichting over alles wat met terugkeer naar werk of regelgeving op dit gebied te maken heeft.
„Voor mijn eigen burn-out was ik heel perfectionistisch. Een harde werker. Ik had een eigen cateringbedrijf en werkte zeker 70 uur in de week. Achteraf waren er al veel langer signalen voor mijn burn-out. Ik kreeg steeds meer lichamelijke klachten. Er speelden allerlei problemen, privé en met de zaak. Toch bleef ik maar doorgaan. Totdat het licht in één keer uitging: ik was angstig en raakte volledig de weg kwijt. Ik wist amper meer wie ik was. Ik ben een behoorlijk grote man, maar als ik foto’s terug zie uit die periode, ben ik letterlijk en figuurlijk heel klein.
„Pas na drie maanden, waarin ik werd opgenomen in het ziekenhuis, ging het langzaam wat beter met me. Eenmaal thuis nam ik mezelf voor: dit nooit weer. Maar ik was zelfstandig ondernemer en dat betekende dat ik geen vangnet had. De zaak was weg. En er was geen werkgever bij wie ik weer langzaamaan kon opstarten. Voor zelfstandigen is het daarom vaak extra lastig om weer aan de slag te gaan na een burn-out. Het duurde bij mij ongeveer een half jaar voor ik weer lekker functioneerde. Ik bood me als vrijwilliger aan bij BWN, een stichting voor belangenbehartiging in de sociale zekerheid. Ik ben jurist en het was altijd mijn hobby om mensen te helpen met het invullen van hun formulieren en regelingen uit te pluizen. Bij BWN kon ik weer wennen aan werk. We begeleiden zowel werkgevers als werknemers en zelfstandigen om wegwijs te worden in het woud aan regelgeving waar je in terechtkomt als je uitvalt op je werk.
„ Inmiddels ben ik directeur bij BWN en heb ik weer een betaalde functie. Ik werk ook weer meer dan fulltime. Maar ik kan nu op tijd nee zeggen. Ik heb leren buigen in plaats van breken.”
‘Ik moet mijn grenzen voortdurend bewaken’
Kimm van Vliet (30), ambulant hulpverlener:
„Ik had om twaalf uur een lunchafspraak met collega’s. Maar ik kwam veel te laat, omdat ik mijn bed niet uit kon komen. Dat begreep niemand. Heb je je verslapen? Het is middag! Even later stond ik huilend bij mijn leidinggevende. ‘Ik wil niks meer’, zei ik. ‘Alleen maar rust.’ ‘Dat moet dan maar’ was haar reactie.
Ik ging naar huis en we belden twee weken lang elke dag met elkaar. Na die twee weken zei ze: ‘Nu kun je wel weer beginnen.’ Ik kon alleen maar huilen. Ik voelde me minderwaardig en niet serieus genomen. Dat gevoel werd door haar reactie alleen maar erger.
„Ik ben naar de huisarts gegaan en die verbood me vervolgens om weer te gaan werken. In de maanden daarna heb ik psychotherapie gekregen, om te ontdekken wat misging. Dat maakte veel duidelijk. Ik werkte als ambulant hulpverlener bij gezinnen met kinderen die hulp nodig hebben. Bijvoorbeeld kinderen met autisme of een verstandelijke beperking Ik had álles voor mijn cliënten over. Dankzij de psychotherapie weet ik nu ook waarom. Ik ben vroeger vreselijk gepest op school. Dat heeft mijn zelfvertrouwen diep geschaad. Toen ik bij een gezin kwam waar een meisje ook gepest werd, raakte me dat enorm. Ik wilde haar behoeden voor hetzelfde verdriet dat mij is aangedaan. Door de therapie ben ik echt veranderd. Ik ging er als de oude Kimm heen en kwam er als de nieuwe Kimm weer uit.
„Na een half jaar ben ik weer aan het werk gaan. Ik zag er tegenop, maar wist dat het ooit zou moeten. Bovendien was er iets essentieels veranderd:
mijn werk stond niet meer bovenaan. Ik realiseerde me dat ik niet iedereen kan redden.
„Inmiddels heb ik naast mijn werk een opleiding afgerond. Mijn teamleidster reageert nu veel beter op mij. Dat scheelt enorm. Maar lang niet iedereen begrijpt dat ik mijn grenzen goed moet bewaken. Het blijft een voortdurende strijd.”
„Ik had om twaalf uur een lunchafspraak met collega’s. Maar ik kwam veel te laat, omdat ik mijn bed niet uit kon komen. Dat begreep niemand. Heb je je verslapen? Het is middag! Even later stond ik huilend bij mijn leidinggevende. ‘Ik wil niks meer’, zei ik. ‘Alleen maar rust.’ ‘Dat moet dan maar’ was haar reactie.
Ik ging naar huis en we belden twee weken lang elke dag met elkaar. Na die twee weken zei ze: ‘Nu kun je wel weer beginnen.’ Ik kon alleen maar huilen. Ik voelde me minderwaardig en niet serieus genomen. Dat gevoel werd door haar reactie alleen maar erger.
„Ik ben naar de huisarts gegaan en die verbood me vervolgens om weer te gaan werken. In de maanden daarna heb ik psychotherapie gekregen, om te ontdekken wat misging. Dat maakte veel duidelijk. Ik werkte als ambulant hulpverlener bij gezinnen met kinderen die hulp nodig hebben. Bijvoorbeeld kinderen met autisme of een verstandelijke beperking Ik had álles voor mijn cliënten over. Dankzij de psychotherapie weet ik nu ook waarom. Ik ben vroeger vreselijk gepest op school. Dat heeft mijn zelfvertrouwen diep geschaad. Toen ik bij een gezin kwam waar een meisje ook gepest werd, raakte me dat enorm. Ik wilde haar behoeden voor hetzelfde verdriet dat mij is aangedaan. Door de therapie ben ik echt veranderd. Ik ging er als de oude Kimm heen en kwam er als de nieuwe Kimm weer uit.
„Na een half jaar ben ik weer aan het werk gaan. Ik zag er tegenop, maar wist dat het ooit zou moeten. Bovendien was er iets essentieels veranderd:
mijn werk stond niet meer bovenaan. Ik realiseerde me dat ik niet iedereen kan redden.
„Inmiddels heb ik naast mijn werk een opleiding afgerond. Mijn teamleidster reageert nu veel beter op mij. Dat scheelt enorm. Maar lang niet iedereen begrijpt dat ik mijn grenzen goed moet bewaken. Het blijft een voortdurende strijd.”
Tien procent van alle werkenden heeft burn-outachtige klachten
Een op de zeven volwassen Nederlanders kampt met psychische klachten, zoals een burn-out of (lichte) depressie, zo blijkt uit het onderzoek ‘Geestelijke ongezondheid in Nederland kaart’ van het Centraal Bureau voor de Statistiek. In 2001 was dat nog een op de zes volwassenen.
Van de mensen die werken, heeft ruim 10 procent burn-outachtige klachten, zoals flinke vermoeidheid, weinig energie of negatieve gevoelens. Het totale ziekteverzuim in Nederland ligt op 4,6 procent. Van alle zieke werknemers, zit ongeveer 30 procent thuis vanwege psychische klachten, waaronder burn-out, overspannenheid en depressie. De klachten leiden regelmatig tot langdurig ziekteverzuim of zelfs arbeidsongeschiktheid: zo’n 20 procent van de mensen die ooit een burn-out heeft gehad, krijgt een terugval en belandt opnieuw ziek thuis. Psychische klachten zijn verantwoordelijk voor 30 procent van de instroom in de WIA (Wet Werk en Inkomen naar Arbeidsvermogen). Vorig jaar ging het om 10.000 werknemers met psychische klachten die in de WIA belandden. Dit aantal loopt terug, als gevolg van de Wet Verbetering Poortwachter én nieuwe onderzoeksinzichten die ertoe leiden dat mensen sneller weer aan het werk gaan.
Van de mensen die werken, heeft ruim 10 procent burn-outachtige klachten, zoals flinke vermoeidheid, weinig energie of negatieve gevoelens. Het totale ziekteverzuim in Nederland ligt op 4,6 procent. Van alle zieke werknemers, zit ongeveer 30 procent thuis vanwege psychische klachten, waaronder burn-out, overspannenheid en depressie. De klachten leiden regelmatig tot langdurig ziekteverzuim of zelfs arbeidsongeschiktheid: zo’n 20 procent van de mensen die ooit een burn-out heeft gehad, krijgt een terugval en belandt opnieuw ziek thuis. Psychische klachten zijn verantwoordelijk voor 30 procent van de instroom in de WIA (Wet Werk en Inkomen naar Arbeidsvermogen). Vorig jaar ging het om 10.000 werknemers met psychische klachten die in de WIA belandden. Dit aantal loopt terug, als gevolg van de Wet Verbetering Poortwachter én nieuwe onderzoeksinzichten die ertoe leiden dat mensen sneller weer aan het werk gaan.
Nieuwe vacatures





